Arend 1787 (…in bewerking…)

Arend zijn studietijd

Patriotten vaandel uit Doesburg.

Patriotten vaandel uit Doesburg.


1787 Arend is nu ruim 23 jaar oud. En de wereld om hem heen begint te veranderen. De denkbeelden van de patriotten in Nederland spelen een steeds grotere rol. De ideeën van de Patriotten zijn ontstaan in christelijk, verlichte kringen. De stadhouders regeerden als absoluut vorst. Was je niet van adel dan werd je niet bij bestuur of politiek betrokken. De patriotten probeerden de humanitaire en verlichte ideeën uit Frankrijk mede geïnspireerd door de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd hier te verspreiden.
Ze vormden bijvoorbeeld milities waar met vlag en vaandel veelvuldig de exercitie werd geoefend. Er dreigde burgeroorlog. Vooral na 1787 werd de sfeer grimmiger en werd er hard tegen patriotten opgetreden. De eerste doden vielen in gevechten tussen de patriotten en Prinsgezinden. Arend zijn sympathie ging uit naar de patriotten zo als hieronder te lezen is.

1787 In dit jaar en het volgende zag men vele hevige patriotten bewegingen in ons land, gelijk ook hier te Doesborgh, alwaar de Burgerij gewapend en in 4 Companien verdeeld, exerceerden voor de goeden zaak, enen zaak waarvoor ik ook veel over had, veel verschillende van den patriottischen geestdrift die men met het jaar 1795 en volgende tijden bespeurden, dan dit alles verdween als in een ogenblik op de komst der Pruisische troeppes die hieraan een einde maakten.

In Augustus 1788 mijne studien op de lagere scholen volbragt hebbende verliet ik Doesborgh na ene redevoering in de gasthuis Kerk gehouden te hebben over de voortreffelijkheid van de geopenbaarde boven de natuurlijke Godsdienst, en begunstigt te zijn met ene praemium van Offenhaus Compendium Historiaen Universitalis, en ging den 25 September 1788 na de Academie te Harderwijk na dat ik in de vacantien bij den Eerwaarde heer Roller praedicant te Doesborgh een praesentie van den ouderling van Rees, mijne geloofsbelijdenis naar aanleiding van het Catechizeerboek van Ledeboer vooraf had gedaan. Zo zeer ik eerst tegen mijn vertrek naar den lagere scholen opzag, zo zeer zag ik nu wederom op tegen de Academie.
Onkundig van mijn werk en levenswijzen aldaar, geen kennis of raadgever aldaar vindende aan mijzelf overgelaten, verbeeld u zulk enen toestand! Zeer gevaarlijk! Ja wanneer ik mij nu van agteren mijn Academie leven herinnere dan moet ik zeggen : God heeft mij bewaart, en alles ten besten geschikt.
Intusschen de dag van mijn vertrek naderde, het daglicht van den 20 September: 1788 verduren mij nog ene nacht en ik zou voor enen geruimen tijd, dien streken verlaten, waarin ik geboren was en mijne kindsheid en jeugd had doorgebragt.
Mijn gantsche gestel was melancholies, en geen wonder daar ik Keppel, en in dien omtrek alles agterliet, waarvoor mijn hart gestemt was behalven mijnen Audren, en niet wist hoe of het mij verder gaan zoude – De kar, waarmede ik van Doesborg vertrekken zoude, stond voor den Commissaris Bierman zijn huis gereed. De klok sloeg ’s morgens 5 uuren, en het was stap op. Geheel alleen was ik in deze patiëntenkar, van alle gezelschap ontbloot geschikt tot diepe bepeinzingen. Alles genoot nog ene sombere stilte, enen stilte die de aandoeningen der tijden vermeert. Omstreeks Dieren komende, keek ik eens uit en zag de dauwdroppen der verhevene Veluwse bosschen als paarels blinken door de stralen der opgaande zon. Ik zag bezijden mij de zon haar nachthulsel afwerpen en vrolijk te voorschijn komen, verlichten de toppen van toornen en bosschen van het mij zo dierbaar Keppel. Bouwman – melkmeid alles raakten rondom ons heen in beweging en vrolijkheid, maar mijne ziele was en bleef droefgeestig. Dieren gepasseerd zijnde vertoont zich op eenmaal ene onoverzienbare dorre heide, die zich uitstrekte tot aan de plaats mijner bestemming, waarin men niets ziet als van de noord en westzijde hemelhoge bosschen en bergen, soms ook niet en ginds een eenzaam mensch plaggen maijende en niets hoort als soms het geblaat van een verdoold lam der kudden, welke ook aldaar als hangende aan de bergen aanschouwd worden.Hier
nooit gepasseerd zijnde zagen mijn ogen vele nieuwe dingen.

Bron: Boek Arend Ketz.