Arend Ketz

1773-kaartdrostambtzutphen

 Het dorp Hoog Keppel 1743

Arend was een zoon van Jan Kets, boer op de Hof te Hoog-Keppel, en Meintjen Wassink. Hij volgde van 1782-1788 de Latijnse school te Doesburg en studeerde van 1788-1793 theologie te Harderwijk. Hij leefde van 1768 tot 1838 en maakte roerige tijden mee. Van republiek met stadhouders, Koninkrijk met een Franse koning, provincie van Frankrijk tot Koninkrijk met weer een Oranje als staatshoofd. >Het gebeurde allemaal gedurende zijn leven. Arend werd niet zoals zijn vader boer maar koos voor Dominee. Hij diende de gemeente in Angerlo, Lathum en Putten.

Religieus besef werd hem waarschijnlijk al vroeg bijgebracht, zijn vader was Diaken en later Kerkmeester in Drempt en zijn opa en overgrootvader waren er ook Kerkmeester geweest. Het beroep van zijn vader was boer, landbouwer. Zijn oudste broer was ook landbouwer een andere broer jager. Arend kwam uit een gezin van tien kinderen. In 1785 kwam er nog een nakomertje maar dat kind heeft maar een jaar geleefd en Arend was toen allang de deur uit. Arend was de tweede zoon in het gezin.

Hoog Keppel; Protestantse Kerk.

We kunnen aannemen dat de stichting van deze kerk teruggaat tot de 11e eeuw. De basis van de huidige toren, met Romaanse entree, is 12e-eeuws. In 1336 zijn er al 6 altaren in de kerk, gewijd aan verschillende heiligen en bediend door diverse priesters. In 1357 een pastoor en negen priesters, die samen een soort kapittel vormden. Van een kapittel was normaal alleen sprake bij grotere kerken in de steden. De vele altaren (uiteindelijk ongeveer 25) en de vele priesters duiden op een grote rijkdom van de kerk. De kerk was in vroeger tijd veel groter en bezat twee toen zijbeuken. Vermoedelijk zijn ze aan het eind van de 18e eeuw afgebroken. Onder de zuidelijke zijbeuk bevond zich de grafkelder van Keppel en onder de noordelijke die van de Ulenpas. Beide grafkelders zijn nu naast de kerk op het kerkhof nog aanwezig.

Bron: www.kerkdrempel.nl

De Jeugd van Arend

Jan Kets was de vader van Arend. Jan Kets boerde op het Hof in Hoog Keppel. De opa van Arend, Garrit Kets boerde eerst (net als ook zijn vader) op het goed Voorthuizen en later op de boerderij De Brouwerij in Drempt. Jan Kets trouwde op 1 mei 1763 met Meintjen Wassink.

Hoogkeppel 1763: den 1 mai op attest. van Dremt Jan Kets j.m. s. van G. Kets uit Dremt en Meintjen Wassink j.d. van wijlen H. Wassink kerkmeester van Oldenkeppel driemalen onverhindert geproclameert op den 15 mai getrouwt te Keppel. 

Jan en Meintjen kregen 10 kinderen. Arend zelf beschrijft dat later als volgt:

Anno 1768 den 3 Maij ben ik geboren, mijnen ouders zijn Jan Ketz en Meintjen Wassink getrouwt den 15 Maij 1763 , Mijnen zusters en Broeders zijn
Hendrik geboren den 22 Febr 1764
Jantjen en Enneken tweelingen geb: op 17 September 1766
Gerrit geboren den 17 December op kerstavond 1769
Dirk geboren den 16 Maart 1772
Geurt geboren den 15 April 1775
Alexander geboren den Maart 1777
Harmina geboren den 7 Octbr 1779
Johanna geboren den 2 Febr: 1785
Van deze zijn overleden Jantjen den 14 Jan:
1786 – en Johanna den 20 Februarij 1786
Bron: Boek Arend Ketz.
Detail doopboek Hoog Keppel: doop Arend Ketz 03-05-1768.

 

Jan Kets was naast landbouwer ook diaken, kerkmeester en gerichtsman. (Gerichtsman = bijzitter bij een rechter. Die Richters ende Schulten sullen geene … Iudiciele acten doen of ontfanghen, dan in bywesen van twee Coornoten of Gerichts-luyden, bequame onbesprokene ende onpartydige personen.)

Arend was vernoemd naar de oudste zoon van zijn oma van moeders kant die Dersken Arends heette. Haar zoon Arend Wassink overleed in 1761, 19 jaar oud. Arend Ketz was niet geboren voor het leven op de boerderij. Hij verloor zich liever in boeken en dat al zeer jong. Hij schrijft daar zelf over:

Op den hof te Hoog Keppel ben ik geboren en toen zich mijne redelijke vermogens een weinig begonden te ontwikkelen was reeds mijne geliefkoosde bezigheid vorderingen te maken in het lezen, schrijven en cijfferen. – boeken van welken aart ook, waren mij liever als alles, redenen waarom ik met mijn vierden jaar reeds zover in het lezen was gevordert dat ik toen de vragen uit den Catechismus voor de Gemeente moest opzeggen. Met de jaren nam deze mijne letterlust toe. Mijne schoolmeesters waren G.Brekking, Matthias ter Hoeven, Brunus van Heuven, Enkelaar en J.H.Haker. Reeds geschikt tot het werk had ik daarin weinig lust , ’t welk mijnen ouders merkende , mij daarom maar aan mijn meer behaaglijk werk overlieten – waarin mijnen overleden grootmoeder van moederszijde Derksen Arents ook zeer begunstigde, welke veel van mij hield en dit ook zolang zij leevde door daden toonde , en omdat ik na haar enigste overleden zoon was genoemt, maar voornamelijk omdat zij ook veel voor de studien overhad. 

Bron: Boek Arend Ketz.

DERK ENKLAAR (INKLAAR), SCHOOLMEESTER, gedoopt (NH) op 10-11-1754 te ARNHEM, overleden op 03-09-1809 te GENDRINGEN op 54-jarige leeftijd, zoon van HENDRIK ENKLAAR (zie V.30) en HENDRIKA VELTHUIJZEN. Gehuwd met ANNA MARGARETHA GIELINK, NAAISTER, geboren 1763 te GENDRINGEN, overleden op 30-10-1836 te ARNHEM (aktenummer: 279).

Bron: Ineke van Koolwijk.

Naar de Latijnse school

boer-op-klompen_QVga
..mijnen ouders namelijk wilden naar gewoonte op woensdag met de kar naar de Doesborgse markt rijden-mij mankeerde een paar klompen, mijn vader kwam voor zij heen gingen bij mij aan het bed, vragende of hij mij een paar klompen zoude medebrengen – het antwoord was , daar ik gelijk gewoon alle kinders tegen klompen hebben, Neen. Mijn vader zei dat ik een van beiden moest kiezen, of klompen dragen, of naar de Doesborgse Latijnsche school en ik koos direct het laatsten…

Bron: Boek Arend Ketz.

voorbeeld interieur latynse school

Voorbeeld van een Latijnse school (Educatorium Ootmarsum) Bron: Wie is wie in Overijssel.

In ’t lezen en schrijven genoegzaam onderricht wist men niet wat met mij te beginnen. De een sloeg dit de ander iets anders voor al lang was er gesproken dat ik zoude studeren, ’t welk evenwel nogal wat draalde wijl mijne ouders tegen de grote kosten en moeilijkheid des werks opzagen. , en ik zelf ook wegens mijne natuurlijke grote bevreesdheid, die mij in mijne jeugd zelf in enen al te groten trap eigen was, -eindelijk evenwel moest er gekozen worden en ik ging op aanraden van anderen en vooral op belofte van mijne grootmoeder dat zij vooreerst alles zou bekostigen tot de studien over – te Doesborg op de Latijnsche school was mijne bestemming – evenwel wierd dit nogal uitgestelt , waarvan ik zelf de oorzaak was…

Bron: Boek Arend Ketz.

De jonge Arend vond de stap naar het vervolgonderwijs nogal eng. Hij vond eigenlijk alles eng en zelfs toen er eindelijk een keuze was gemaakt vond hij nog redenen om het uit te stellen. Ook de kosten van een opleiding op de Latijnse school vormden een beletsel. Maar oma Arents had gelukkig nog wat geld over en had er waarschijnlijk geloof in dat Arend die studie wel aan kon. Eind september 1782, Arend was toen 14 jaar oud werd de knoop doorgehakt. Zoals hij zelf zegt: “ in de week van St Michiel in het laatst van September 1782… “.

De Latijnse school

“De Latijnse school was vóór de 19e eeuw een in heel Europa wijd verbreid schooltype, dat leerlingen (uitsluitend jongens, overwegend afkomstig uit gezinnen uit de hogere en middenklasse) voorbereidde op de universiteit. Destijds was het Latijn de taal van de wetenschap, en zelfs de colleges op universiteiten werden in deze taal gegeven. Kennis van het Latijn was essentieel voor een ieder die hogere studies wilde verrichten. Het lesprogramma van de Latijnse school bestond grotendeels uit Latijn. Andere vakken waren van marginale betekenis. Vele Nederlandse steden (onder meer Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Dordrecht – het oudste van Nederland, Gouda, Haarlem, Leiden, Deventer en Groningen), hadden vanaf de 14e eeuw een Latijnse school. Sinds de 16e eeuw werd ook het Grieks opgenomen op het schoolprogramma. In de 18e eeuw begon in Nederland de populariteit van de Latijnse scholen te tanen, onder meer door de opkomst van de “Franse scholen”, waar men ook Frans leerde (een taal die toen bezig was Latijn te verstoten van zijn positie van Europese lingua franca) en praktische vakken zoals boekhouden. ”

Bron: Wikipedia

locatie latijnse school doesburg3

Op deze plek in Doesburg, naast de witte huisjes links, stond vroeger de Latijnse school. Rechts is nog net een stukje van de grote kerk te zien. Vanaf de middeleeuwen tot 1853 was hier de Latijnse school gevestigd. De school was daarna nog gehuisvest in Heerenstraat (13 en 13A). In 1880 werd de Latijnse school in Doesburg opgeheven. Van 1853 tot 1891 was in dit pand het Kantongerecht gevestigd.

…tot er zich eindelijk in de week van St Michiel in het laatst van September 1782 een geval op doet dat opmerkelijk is-mijnen ouders namelijk wilden naar gewoonte op woensdag met de kar naar de Doesborgse markt rijden-mij mankeerde een paar klompen, mijn vader kwam voor zij heen gingen bij mij aan het bed, vragende of hij mij een paar klompen zoude medebrengen – het antwoord was , daar ik gelijk gewoon alle kinders tegen klompen hebben, Neen. Mijn vader zei dat ik een van beiden moest kiezen, of klompen dragen, of naar de Doesborgse Latijnsche school en ik koos direct het laatsten. Nu was alles klaar, Zaterdag daaraan volgende ging ik naar den Rector Camphuisen, en liet mij als lid der school inschrijven, en ’s maandags daaraan aanvolgende ging ik na school. Het eerste jaar bleef ik nagt en dag in de stad bij Hieronymus Bier en geduurende de overige tijd, ging ik alleen ‘s middags bij bovengenoemden eten, en ’s avonds naar mijn ouders huis, uitgenomen als het slecht weer was.

Bron: Boek Arend Ketz.

Lees verder: Arend 1787