Lanfermeijer: de Amerikaanse tak

Door H.G. Lanfermeijer.
Redactionele opmerking.
In het artikel: “De herkomst van de naam Lanfermeijer.” werd één aspect uit het verhaal tot nu toe omwille van de omvang van het totale artikel verborgen gehouden. We hebben het over de familieband met de Lanvermeier familie in de Verenigde Staten. Daarom pakken we het verhaal weer op toen net de connectie met Osnabrück duidelijk was geworden.

Na een lange tijd wachten ontving ik van de Ev.-Luth. Kirchengemeinde zu Holte de volgende brief waar ik heel blij mee was.

Sehr geehrter Herrn Lanfermeijer!

Lange mussten Sie auf Ihre Anfragen hinsichtlich Ihrer Familien Forschung warten. Wen man allein ein Pfarramt mit allen und täglich vordringlichen Dingen zu versehen hat, ist es oft Unmöglich, eine zeitraubende Arbeit wie Ahnenforschung zu betreiben, die infolge Fehlens von zuverlässigen Registern tagen lange Sucharbeiten erfordern.

Einige Wochen vor Ihrer Anfrage hatte ich mich schon einmal eingehend mit Ihrer Familie beschäftigt auf die Anfrage eines Familienangehörigen aus Amerika hin. Leider hatte ich nach der Beantwortung dieser Anfrage alle Ausarbeitungen hier vernichtet, so dass ich nun wieder ganz von Neuem beginnen musste. da es sich um den gleichen Stammbaum handelt, nehme ich an, dass Sie Ihren Verwandten in Amerika kennen. Für alle Fälle gebe ich Ihnen seine Adresse, vielleicht macht es Ihnen Freude, sich mit ihm zu Verständigen.

George Edward Lanvermeier
415 Nelsondrive
Jacksonville N.C.28540 U.S.A.

Sie haben nach Johan Herman Lanvermeier gefragt, der am 6 Mai 1781 in Holte geboren ist. Er ist das 1e Kind von 7 Kindern gewesen, wie aus der anliegenden Zeitung ersichtlich Wahrend von allen anderen Geschwistern die Geburts- und Sterbedaten ermittelt werden konnten, ist über selbst keinerlei weitere Eintragung zu finden Er hat also auch nicht hier geheiratet. Sollten Sie von ihm abstammen, dürften alle weiteren Daten über die Familie Lanvermeier für Sie von geringen Interesse sein.

Heute lebt im Kirchspiel niemand mehr Ihres Namens. Die Familie von Hermann Heinrich und Margaretha Vosz ist nach 1864 nach Amerika ausgewandert. Der Hof ist in andere Hände übergegangen. Die neue Bewohner haben sich zwar dann auch wieder nach dem Hof “Lanvermeier” genannt, hießen aber ursprünglich “Thiesz”. Ebenso verhielt es sich mit dem früheren Vorfahren Johan Herman , der ursprünglich “Wincker” hieß und sich nach dem Hof “Lanvermeier” nannte.
Ich hoffe, Ihnen mit diesen Angaben gedient zu haben

Mit Freundlichen Grüßen
Pastor Wallis

Er was ook een mooie stamboom bijgevoegd, daar moest ik wel even van bijkomen, familie in Amerika, niet te geloven, dit was toch wel een toeval treffer. Lanvermeiers in Amerika wat zouden dat voor mensen zijn, zij hadden helemaal geen contacten met Nederland want hun voorvader Herman Heinrich was in 1866 vanuit Holte naar Amerika geëmigreerd. Nu was mijn Engels nog niet zo perfect en daarom hielp Chris de broer van mijn vrouw Annie mij bij het opstellen van de eerste brief ter kennismaking naar de Lanvermeiers in Amerika. Heel snel kregen wij bericht terug, de brief was vol van enthousiasme, blijheid sprong eraf.

Dear “Cousin” Herman.

You cannot imagine how surprised and thrilled I was when I received your letter. I am so thankful to you for writing and I am really looking forward to exchanging information about our family.

Hierna volgde een lang verhaal en ook de mededeling dat zij in Mei 1977 naar Europa wilden gaan voor een bezoek aan Holte en meerdere plaatsen en ook naar ons in Haarlem.

De jongere broer.

Nu weer even op het pad der stamboom en het gaat nu over Herman Heinrich Lanvermeier de zoon van de op 4 november 1789 in Holte geboren Caspar Hendrik, een jongere broer van laat ik maar zeggen onze Johan Herman van 6 Mei 1781. Deze Herman Heinrich geboren 3 Maart 1823 te Holte vertrok in 1867 vanuit Holte naar Amerika met de Bremer Bark Anna. Hij ging via Bremerhaven, 200 Km vanaf Holte, met zijn vrouw Margaretha Elisabeth Vosz en vijf kinderen maar kwam met zes kinderen in New York aan, want Wilhelm Heinrich werd op 6 Aug 1867 op de boot geboren dus halverwege de reis. Deze personen vormden dus de nieuwe tak van de stamboom Lanvermeier in Amerika. Een nazaat van deze emigranten is George Edward Lanvermeier geb. 11 Maart 1922 in Silex, die in de tweede wereldoorlog op het vliegdekschip de “Enterprice” tegen Japan gevochten heeft, en waarmee ik in contact gekomen ben via de brief van Pastor Wallis.

Zelf zijn wij ook naar Bremerhaven geweest om een schets te bekomen van het schip de Bremer bark “Anna” maar geen succes, alleen de maten waren bekend:136 voet lang, 28 voet breed 14,4 voet diep dus niet erg groot om daarmee over zee te gaan. Op de passagierslijst las ik dat er in totaal twaalf passagiers op deze boot waren.

Van de nieuwe Pastor R Reuter in Holte kreeg ik eens een boekje geschreven door Johannus Gillhoff over een Duitse emigrant welke aan zijn oude leraar brieven schreef over zijn reis naar Amerika per boot. De emigrant was de Mecklenburger daglonerszoon Jörnjakob Swehn die in 1868 naar Amerika emigreerde,dus in de zelfde tijd dat Herman Heinrich ook naar Amerika emigreerde. Als je dat leest dan kom je wel tot de ontdekking dat het geen plezier reisje was, ongedierte aan boord,ruzies tussen de passagiers over het eten en drinkwater en ziektes bij gebrek aan ruimte en hygiëne met alle gevolgen van dien, de reis duurde ongeveer zeven weken.

Maar nadat Herman en Margaretha op 9 September 1867 in New York waren gearriveerd en naar St.Charles in Missouri waren gegaan om zich daar als landbouwer te vestigen, overleed Margaretha op 22 September 1867, mogelijk had zij op zee een ziekte opgelopen, dat verteld het verhaal niet, zij hadden acht kinderen waarvan de jongste anderhalve maand oud was. Herman Heinrich is toen op 1 Mei 1868 met Elisabeth Sophie Horstmeier getrouwd en kreeg zes kinderen bij haar, in totaal veertien kinderen. August George Alexander de laatste in de rij is de vader van George Edward Lanvermeier.

George en Edna

En nu noch even terug naar de eerste reis richting Holte van George met Edna, samen met een familielid Edgar Lanvermeier geb. 29 Mei 1910 met zijn vrouw Elisabeth, de onderlinge familieband komt later nog wel in dit verhaal wel ter sprake.

Er was door mij dus de eerste brief naar George gezonden naar aanleiding van de brief met stamboom welke ik van Pastor Wallis had ontvangen, of eigenlijk van zijn vrouw. Juist op het moment dat George en Edna naar het reisbureau, genaamd de Flying Dutchman gingen om hun geplande reis naar Europa te gaan boeken kwam de postbode met mijn brief. George pakte de brief aan en begon direct te trillen van nerveusiteit een brief van ene Herman Lanfermeijer uit Holland, wie zou dat zijn? De brief ging mee naar het reisbureau en werd daar door de Hollandse eigenaar gelezen. Deze vond het ook wel heel toevallig dat juist nu, de brief was ontvangen maar het was geen wonder dat er in Nederland ook wel Lanfermeijers zouden kunnen wonen. De reis werd dus geboekt en wij werden dus ook in het programma ingedeeld zoals in het volgende programma beschreven staat.

Later toen wij in Amerika waren hebben wij dat reisbureau ook eens bezocht om kennis te maken met de eigenaar de Heer de Kluiver, deze bleek vanuit Nieuw Vennep naar Jacksonville te zijn geëmigreerd, dat zal ongeveer in 1950 geweest zijn. Hij vroeg ons of het nog steeds de gewoonte was in Nederland om op de verjaardag van iemand bij elkaar te komen, gebak en koekjes te eten en te zitten praten met elkaar. Dit kon ik bevestigen, hij vond het echt Nederlands gekneuter om dat te doen, dat kennen ze daar dus niet en hij lachte daarover!!! Na het een en ander doorgesproken te hebben bleken wij ook noch gezamenlijke kennissen te hebben, de wereld is maar klein en Nieuw Vennep ligt niet zo ver vanaf Haarlem.

Hier volgt het reisprogramma van onze Amerikaanse familie.

In Washington DC kwamen zij bij elkaar, George, Edna, Edgar en Elisabeth uit Elsberry MO. voor de trip naar Europa, de hoofdzaak was Holte nabij Bissendorf in Duitsland om de geboorte plaats van de Lanvermeiers te zien en het ontmoeten van de mensen welke behulpzaam waren geweest bij het uitzoeken van de stamboom. In Osnabrück ontmoeten zij Frau Erika Rohlfing, de Loco Burgemeester van Bissendorf en Frau Annamarie Beckmann als secretaresse en tolk. Aldaar was er een lunch in het Gemeindehaus en een Huwelijksfeest in de Holter Kerk gevolgd door een trip door de omgeving waarvan zij erg genoten omdat het er zo mooi is. Zij bezochten het Bissendorf Museum en de nieuwe Brandweer-Kazerne. Zondags gingen zij naar de Holter Kerk, die in 1135 gebouwd was, om daar een excursie mee te maken. Daar kregen zij de Kelk te zien waaruit hun voorouders Herman Heinrich en Margaretha Elisabeth Vosz hadden gedronken voordat zij naar Amerika vertrokken in 1866. Na nog een afscheidsdiner gegeven te hebben zijn de Lanvermeiers naar Nederland vertrokken.

(Zo was het reisverslag in de plaatselijke krant van George en Edgar, Jacksonville NC en Elsberry MO.)

Zoals afgesproken wachten wij onze nieuwe familie op in het spoorwegstation hier in Haarlem met een foto in onze hand. Zonder veel problemen hebben wij de vier personen gevonden en met onze auto’s naar ons huis gebracht waar Annie was dagen bezig geweest alles in orde te maken voor de visite. Wij hebben een huis met redelijk wat ruimte, maar om vier extra mensen een lekkere slaapplaats te geven daar moesten we echt wel iets voor doen, maar het lukte wel. Wij hebben onze slaapkamer prijs gegeven, dus twee plaatsen, en in de voorslaapkamer twee bedden neer gezet dus dat was mooi geregeld. Vooruit hebben wij een nacht proef geslapen op zolder met het hele gezin, dat ging goed! Hoewel wij geen problemen hadden, wilden onze logés toch liever in een hotel gaan slapen. Het was even zoeken maar in het gezellige kleine hotel “die Raekse” was plaats voor hen, dus bracht ik ze er ‘s avonds heen en haalde ik ze daar ‘s morgens weer op. In de tijd dat ze bij ons waren heb ik hun al het mogelijke van Holland laten zien b.v. Haarlem, Amsterdam, de sluizen van IJmuiden, Volendam, Madurodam, een boerderij in Limmen en een draaiorgelshow hier in Haarlem, onderwijl was onze zoon Herman de tolk.

Na dit alles gezien te hebben zijn zij naar Parijs vertrokken, hebben de Eiffeltoren gezien en een boottocht over de Seine gemaakt. Vanaf Zurich zijn zij via de Alpen naar Milaan en daarna naar Salzburg gegaan en tot slot naar Neurenberg waar kennissen van hun woonden, alles bij elkaar is het een mooie reis geweest. Via Frankfurt is het gezelschap voldaan weer naar Amerika per vliegtuig vertrokken. In de plaatselijke kranten aldaar zijn uitgebreide verslagen van dit alles geschreven en zijn onze contacten nog steeds heel goed.

Naar Amerika

Met onze familie in Amerika hadden wij goede contacten gemaakt, met als gevolg dat wij werden uitgenodigd om alle levende Lanvermeiers te gaan bezoeken en kennis met hun te maken in het jaar 1979. Dit aanbod was voor ons een mooi buitenkansje om Amerika te gaan bekijken en verre familieleden te ontmoeten en kennis mee te maken. We hadden echter een tegenvaller, onze zoon Mark overleed op negenjarige leeftijd in dat jaar dus werd de reis uitgesteld. Maar toen na een jaar de reis doorging hebben wij de tijd van ons leven gehad juist omdat je familie bent en wij iedereen moesten zien en zij ons, wij waren dan ook een bezienswaardigheid, we waren Lanfermeijers uit Nederland.

We hebben in Jacksonville in Nord Caroline, de beide zonen van George ontmoet, dit was George Edward geb. 8 Aug. 1947 gehuwd met Paula Ann en is in het bezit van vier dochters deze heten Laury Ann, Sherry Bett, Gina Louise en Susy Leigth. George Jr. was rayon manager bij de Cooperative Saving & Loan Association in Jacksonville N.C. De tweede zoon was Charles Gary geb. 31 Jan 1951 gehuwd met Phillis Irene en is in het bezit van drie dochters April DeNean, Bethany Irene en Carry Ellen. Gary heeft een eigen advocatenkantoor in Jacksonville N.C. George Sr. heeft dus zeven kleindochters. Beide wonen in prachtige landhuizen met veel ruimte voor een barbecue.

Om George’s broers en zusters te ontmoeten gingen wij naar Silex in Missouri, daar is hij geboren en heeft daar vele jaren geleefd tot hij in militaire dienst ging, daarom ging hij naar Jacksonville N.C. voor zijn opleiding. Een lange rit die niet in een dag te rijden was en waar voor ons veel te zien was, bv al die hometrailers, dus grote woonwagens bij elkaar, die voor mij bij het eerste zien op grote campings leken maar in werkelijkheid vaste woonplaatsen waren, men koopt eerst een stuk grond en als er genoeg geld is bouwt men daar een huis, of niet? En dan de grote percelen grond vol met mais, het einde was niet te zien en de woeste vlakten waar geen sterveling leeft.Wij kwamen ook nog door het plaatsje New Melle daar waren duitse emigranten uit Melle destijds neergestreken waren en daar hun bestaan hadden opgebouwd. Van het plaatsnaambord “New Melle” heb ik een foto gemaakt en toen wij later nog eens samen met George en Edna een bezoek brachten aan Melle in Duitsland had ik daar een goede bestemming voor.

Silex is echt zo’n Amerikaans dorp met ongeveer 197 inwoners met oude nog bewoonde of leegstaande houten huizen met rondom veel oude spullen welke gewoon liggen te vergaan. Het dorp had vroeger veel meer inwoners maar velen zijn naar andere grotere woonplaatsen vertrokken omdat de werkgelegenheid terug liep vooral voor de jongere mensen. In 1870 was de hedendaagse locatie van Silex voor een groot deel een bijna ondoordringbare bosachtige moeras, Indianen hadden daar geleefd. Toen kwamen de immigranten in Silex en bouwden de tracés voor de de Millwood–Clarksville Road voor het wegtransport van alle dag naar de Mississippi, deze wegen kunnen nog worden gevonden tussen de heuvels bij Silex. Silex ontstond door de komst van de spoorlijn St Louis-Hannibal maar lag 3/4 Miles noordelijker als het huidige Silex en was genaamd naar de grote lagen glaszand dicht in de buurt, waarvan het gelijknamige glaswerk gemaakt kon worden waarop de hoop gebaseerd was tot groei van de stad in de toekomst. Andere zagen de mogelijkheid dat lag in het midden van de vruchtbare locatie en door de spoorlijn was het een prachtig expeditiecentrum voor de wijde omtrek. Maar in de eerste periode was er malaria, pest en ziekte in de bodem van het moeraswater. Dit ontmoedigde de pioniers om hun familie hierheen te brengen, en dat resulteerde erin dat alleen avontuurlijke krachtige jonge mensen kwamen, deze hadden als lijfspreuk: malaria is een vergif en whisky het tegengif, dus het alternatief was whisky of dood. Maar zij verwijderde de bossen en verbeterde de wegen en wij lezen in de Silex Siftings van 31 Maart 1892: “Silex is de schoonste kleine stad in de streek”. Ook lazen we dat Silex welvarend was alhoewel de fijne glaszand lagen nooit zijn ontgonnen. Er waren zelfs plannen om een Bank te openen, de hedendaagse “Silex Savings Bank”. Ook een meelmolen, een toen moderne stenen school, vele goede gravel wegen en veel mooie en grote winkels en huizen waren er. In het eerst deel van de 20e eeuw ging de groei continu verder en was als de gezondste stad in zijn afmeting gekozen in de Verenigde Staten. Een depressie en het verlies van de spoorweg in de dertiger jaren scheen voor Silex een doodsteek te zijn maar de ontwikkeling van een goed wegennet verbeterde de situatie. Maar toch de veranderingen in de loop der tijd heeft toch wel gezorgd dat veel bewoners naar elders vertrokken zijn en het stadje nu niet meer zo levendig is als wat het zal zijn geweest. Daar wandelend is wel te zien aan de nu nog bestaande gebouwen dat het daar vroeger wel goed wonen en leven was.

De vrouwelijke burgemeester van Silex loopt daar met een schortje voor, een hele simpele vrouw die altijd open staat voor een gesprek. Carrie de ongehuwde zuster van George woonde in het oudste huis van Silex en had haar broer Henry bij haar inwonend omdat deze invalide was en zij dus zo voor hem kon zorgen. Nadat Henry overleden was heeft Carrie een nieuwe hometrailer gekocht een pracht van een woning, geplaatst aan de overkant van de straat, waar zij voorheen woonde. Carrie was een heel lief vrouwtje en had gevoel voor humor, zij deed alles om het naar onze zin te maken en koken kon zij goed, zij was gek op onze Brigitte en noemde haar Sugarfoot. Herman een andere broer van George woonde dichtbij zijn zuster Carrie ook in een hometrailer, was weduwnaar en had op een schoenfabriek gewerkt.

Toen wij deze man voor de eerste keer zagen, schrok mijn Annie een beetje omdat hij veel op mijn overleden vader leek, een aardige man en van hem ik kreeg zijn oude drivers license. ( Rijbewijs ) Wij hebben wel meer meegemaakt dat sommige Lanvermeiers die wij ontmoeten, leken op Nederlandse Lanfermeijers of het moet verbeelding zijn, maar ons idee was het wel! Mildred zijn oudste zuster woonde in Troy wat wel een flink stadje was met wat industrie en winkels, haar huis was ook oud en zoals de meeste huizen van hout, kleine ramen en daardoor erg donker binnen in de kamers.

Edgar en Elisabeth

Maar het mooiste was de plaats waar Edgar en Elisabeth woonden in Elsberry, maar wie is Edgar? Dat is een kind van William Lanfermeijer welke als laatste kind van Herman Heinrich en Margaretha Vosz op de boot naar Amerika is geboren Margaretha is al snel na aankomst in Amerika overleden en daarna is Herman Heinrich hertrouwd met Elisabeth Sophia Horstman en uit dit huwelijk is August de vader van George geboren. William, de vader van Edgar, en August de vader van George zijn dus halfbroers George en Edgar hebben dus wel dezelfde grootvader maar niet de zelfde grootmoeder dus weet ik niet hoe deze verhouding heet maar mogelijk zijn zij halfneven? Zij waren goede vrienden en daarom gingen zij gezamenlijk naar Duitsland om het land van hun voorvaderen te bezoeken. Edgar woonde in een flink boerenhuis had veel koeien welke echter uitsluitend voor de slacht waren. Dit vee liep op grote vlakten waarin grote diepe scheuren zaten waar soms een koe inviel maar niet snel vermist werd, wel stonden er hekken om de stukken grond, welke ik met Edgar hersteld heb want veel was er van stuk en tezamen ging het gemakkelijker.

Verder stonden overal schuren en afdaken en hier en daar lagen grote stukken dekzeil met daaronder een oude trekker of een andere machine, meestal heel zwaar verroest en niet meer werkend. Omdat hij ruimte genoeg had behoefde hij niets weg te gooien, stoommachines, dorsmachines, ik keek mijn ogen uit, het was zijn hobby, misschien in plaats van kinderen die zij niet hadden. Ook had hij een flinke werkplaats met veel gereedschap en machines waar ik naar hartenlust aan de knutsel mocht gaan, omdat ik zelf ook een techneut ben heb ik daar ook veel geklust. Er stond ook een stoommachine op een onderstel met autowielen, alles groot en zwaar. Als ik die machine werkend zou kunnen krijgen wilde Edgar hem gaarne meenemen naar de stoomshow van de vereniging waar hij de president van was en zijn vrouw Elisabeth de secretaresse. Het is mij gelukt, ik kreeg hem in werking, maar vraag niet hoe ik eruit zag, heerlijk! Zo’n stoomshow is geweldig om te zien, alle soorten stoommachines rijden daar rond en drijven diverse landbouwwerktuigen aan waarbij ook hele oude modellen zijn. Veel rook en smook, een hele andere wereld vooral voor ons.

Familie van Edgar, wij kwamen helemaal uit Nederland en dikwijls werd gevraagd: “hoe groot is dat land en hebben jullie een eigen taal en loopt iedereen daar op klompen ? Wij moesten ook een ereronde maken over het showterrein op een stoomtractor met gillende fluit en grote wolken stoom en rook en daarna handjes geven, het was wel een leuke belevenis.

Edgar heeft ons ook mee naar Sint Louis genomen waar wij in de bekende Gateway Arche de grote boog welke aan de Missouri staat als symbool dat St. Louis als een poort naar het verre Westen is geweest, je hebt vandaar uit een prachtig uitzicht over de rivier met zijn bruggen en scheepvaart en aan de andere uitkijkzijde het prachtige gezicht over St. Louis. Het was heel indrukwekkend en je voelde bovenin de boog bewegen, die was gemaakt van roestvrij staal, 192 meter hoog gebouwd in de jaren 1959-1965. Binnen was van alles te zien betreffende de vroegere indianen en immigranten. Bovendien was er een reportage over de bouw van de Arche, zeer indrukwekkend met foto’s en gebruikte materialen. Daarna hebben wij Hannibal bezocht een Museumstadje waar van alles te zien is wat de Amerikaanse schrijver Mark Twain heeft beschreven in zijn wereldberoemde boek over: “Tom Sawyer en Huckleberry Finn” twee kwajongens met hun goede en slechte belevenissen. We zagen daar alle plaatsen welke in dat boek voorkomen b.v. ook een oude apotheek waarin wij een zeer oud Haarlemmer olie flesje zagen staan, wat ons zeer verbaasde. Thuis in Haarlem heb ik dit aan de betreffende fabriek gemeld, en deze hebben toen dan ook veel informatie naar het museum in Hannibal gestuurd, een reclame voor dat wereld beroemde Haarlemse wondermiddel. Het waren allemaal leuke en mooie dingen die wij zo gezien hebben dank zij de stamboom.

Benzinebrander

In Edgars werkplaats stond veel oud gereedschap waaronder twee oude benzinebranders, van dat soort die de schilders vroeger gebruikten om verf af te branden en om iets heet te maken, echte Amerikaanse types. Eerlijk gezegd,wilde ik er best een van hebben en had opeens de moed om aan Edgar te vragen of er een te koop was en als antwoord zei hij: “je krijgt er een van mij, we zoeken wel een mooie uit”. Maar hij sprak nooit meer over zijn belofte, totdat wij bijna gingen vertrekken, ik zei toen tegen Edgar: weet jij nog wat ik zou krijgen van jou, hij keek mij aan zo van wat bedoel jij? Ik wees naar de branders en hij begreep mij en stopte er een onder mijn arm met de woorden “for you” ik was er blij mee. Ik poetste hem op tot hij glom als een spiegel, echt koper.

Souvenirs zijn leuk als er een verhaal aan vast zit zo bijvoorbeeld een houten dakpan (singel) van het huis dat de grootvader van George bouwde toen hij van uit Duitsland kwam in 1866. Wij zijn in dat oude huis geweest midden in de bush bush, in Troy.Ook kreeg ik het nummerbord van de auto van Carrie en het rijbewijs van Herman de broer van George, het rijbewijs van Edgar en een paar carbidlampjes die je aan je jas kunt hangen, gekocht op de stoomshow en indiaanse pijlpunten, gekregen van Edgar die daar in de omgeving waren gevonden.

Voor Brigitte die bij ons was, waren er buurmeisjes, nichtjes van Elisabeth, daar kon zij mee spelen en praten, die hadden ook een paard, dus dat was leuk voor haar. Bij de overburen van Edgar en Elisabeth was een zwembad en daar gaf Brigitte demonstraties van haar zwemkunst, dat vond men heel mooi. Maar eens komt de tijd om weer terug naar Jacksonville te gaan, wel jammer eigenlijk. Weer een rit van twee dagen waarbij wel weer veel te zien was, het is zo heel anders als hier. Hele grote vrachtwagens met slaapcabines en alles erop en eraan en mooi gespoten, kleurrijk. Wat ook groots was, het vervoer van nieuwe trucks, de eerste bestuurd en de volgende met de voorwielen op de eerste truck en zo voort, een stuk of vier op en achter elkaar.

Zo zijn wij dus enkele malen naar Amerika geweest ook met Nico en Guusje Lanfermeijer uit Roermond welke wij dus ook kende door middel van de stamboom en die ook veel interesse hadden in mijn uit de hand gelopen hobby en alle gevolgen van dat. Dat was heel gezellig omdat wij met hun samen mooie ritten gemaakt hebben in Amerika en ook weer naar de plaats waar Edgar had gewoond had maar inmiddels overleden was. Van Elisabeth mochten we nog eens lekker over het terrein lopen want er lag nog van alles b.v. een echte ouderwetse mixer, zwaar verroest maar wel draaibaar te maken, alleen de glazen vierkante glazen jar was stuk, ik mocht hem hebben en staat nu in de kamer op een sokkel. Ook kreeg ik van Elisabeth de tweede brander omdat ik twee zoons had dus nu voor beide een. Nu is Elisabeth ook overleden dus daar komen wij nooit meer.

Met Guusje en Nico zijn we ook in Holte geweest, zij hebben ook de Lanvermeier Statte gezien die flink verbouwd werd, maar gelukkig niet veel van model veranderd is. Niemand was aanwezig alleen blaffende honden, Hr. Bisschof was overleden, dat wisten wij. Er stond een grote laadbak op het terrein waarin allemaal afbraak materialen lagen. Dat ging mij toch eigenlijk aan het hart wat daar allemaal in lag om weggegooid te worden. Nu was het niet netjes van mij maar ik heb daar een stuk oude eiken balk uit gehaald en nog wat ander spul zonder waarde b.v een paar heksteunen maar als souvenir leuk om te hebben. Ooit had ik van Johann Bischoff twee dakpannen gekregen, die hangen hier aan de buitenmuur. De nieuwe eigenaar van de boerderij is Hr Brandes een therapeut in Osnabrück dus dagelijks niet aanwezig, ik heb hem ooit wel eens gesproken maar het is niet verder gekomen als een kennismaking. Nico en Guusje waren wel onder de indruk dat het daar zo mooi is en het begrijpelijk is dat Herman Heinrich Lanvermeier altijd heimwee heeft gehad naar Holte en omgeving, dat verhaal vertelde George ons ooit eens, maar een terugweg was er niet.